VOEDSELINTOLERANTIE


Indien de dokter nog geen diagnose gesteld heeft en er geen trigger naar voren komt bij de voedingsanamnese, wordt er gedurende enkele weken een voedings- en klachtendagboek bijgehouden. De vermoedelijke trigger wordt dan 4 weken vermeden. Indien de klachten na die eliminatieperiode verdwenen of sterk verminderd zijn, wordt de trigger terug geherintroduceerd. Als de klachten terug optreden, kunnen we de diagnose stellen.

Ik begeleid reeds 25 jaar mensen met intoleranties en pseudo-allergie. Bij de meeste mensen kan ik de trigger(s) identificeren. Soms is het wel zoeken naar een speld in een hooiberg. 

VERSCHILLENDE INTOLERANTIES

​​​​​​​Indien het lichaam een ongewenste reactie geeft zonder betrokkenheid van het immuunsysteem, dan spreken we van een intolerantie. In tegenstelling tot een allergische reactie moet je bij een intolerantie een bepaalde hoeveelheid gegeten hebben om een reactie uit te lokken. Dat is de grenswaarde of de tolerantiegrens, deze is voor iedereen verschillend. De symptomen komen ook vaak traag op gang, tot zelfs 3 dagen na consumptie van de trigger (= uitlokker). 

We onderscheiden een pseudo-allergie en een intolerantie door malabsorptie. 

Een pseudo-allergie kan een reactie zijn op een natuurlijke stof in de voeding zoals histamine, tyramine … of op een additief zoals benzoaten, sulfieten, kleurstoffen … Er ontstaan dezelfde klachten als bij een allergie, het mechanisme is echter nog niet gekend.

Bij malabsorptie worden de symptomen, meestal maag-darmklachten, veroorzaakt door een overmaat aan een voedingsstof in de darmen. De bekendste voorbeelden zijn lactose- en fructose-intolerantie. De lactose (melksuiker) wordt niet of onvoldoende opgenomen door een tekort of het ontbreken van het enzym lactase. De fructose (vruchtensuiker) wordt niet of onvoldoende opgenomen door een tekort of het ontbreken van een transporteiwit. 

​​​​​​De diagnose van een voedselintolerantie start met een uitgebreide, gerichte bevraging (anamnese) door de arts of de allergiediëtist. Wat wordt er gegeten, hoeveel wordt er gegeten, wat is de voorgeschiedenis, wat zijn de klachten, wanneer ontstaan de klachten … De arts gaat bepaalde ziekten uitsluiten. Naast de anamnese is het bijhouden van een voedings- en klachtendagboek nuttig. Bij het vermoeden van een lactose-intolerantie, kan er een lactoseblaastest aangevraagd worden. Voor andere malabsorpties o.a. fructose en pseudo-allergie bestaan er geen wetenschappelijk onderbouwde testmogelijkheden. De diagnose wordt gesteld via elimineren en herintroduceren. Indien na 4 à 6 weken eliminatie van de vermoedelijke trigger(s) de klachten duidelijk verminderd of verdwenen zijn, wordt de trigger terug geherintroduceerd. Indien de klachten terug optreden, is de intolerantie bevestigd.

Behandeling: De enige manier om een reactie te voorkomen, is de uitlokkende triggers te vermijden. Het is belangrijk om de trigger duidelijk te identificeren. Zo kan je zoveel mogelijk voedingsmiddelen blijven eten. Op die manier wordt het risico op voedingstekorten beperkt. Indien de trigger bekend is, kunnen we ook de tolerantiegrens bepalen.

Een intolerantie kan met de jaren milder of net ernstiger worden. Een goede opvolging is daarom belangrijk. ​​​​​​​